Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

Bij Mattheus 14: 22-33 en het gezegde: “Wie niet uit de boot stapt, zal nooit op water lopen”

Als je op Jezus blijft hopen

wil je naar Hem over water lopen,

geen angst, zorg of verdriet

belet dat je juichend naar Hem ziet.

 

De zomer loopt ten einde, de scholen zijn begonnen, wie werkt is weer aan de slag, de kerkdiensten worden weer beter bezocht, kortom: de vakantie is voorbij. Het woord ‘vakantie’ komt van het latijnse woord ‘vacare’: leeg worden. Door alles stil te leggen scheppen we ruimte, om nieuwe energie op te doen en soms ook nieuw inzicht om verder te kunnen.

Ik zie een wijde horizon
waar genadig licht gaat gloren.
Wie vaart die verte tegemoet,
dit doet met gelovig zeewaardig bloed,
zal aan Gods ruimte toebehoren.

Gezonde onrust

Een van de meest geliefde gedichten onder gelovigen is ‘Voetstappen in het zand’. De dichter blikt terug en ziet twee paar voetstappen naast elkaar. Op een gegeven moment is er nog maar één paar zichtbaar. De dichter vraagt: waar was U toen, God, toen het moeilijk werd in mijn leven? Hij krijgt als antwoord: toen heb Ik jou gedragen! Het gedicht is een waardevolle correctie op de gedachte dat je alleen iets ‘aan God hebt’ als je dat ook voelt.

bij Mattheüs 4: 1-11

Op de eerste zondag van de Veertigdagentijd leest de kerk vanouds het verhaal van Jezus’ verzoeking in de woestijn. In plaats van ‘verzoeking’ wordt ook wel gesproken van ‘beproeving’. De keuze van dit verhaal had ongetwijfeld een catechetisch doel: de geloofsleerlingen – en met hen: de gemeente - moesten ervan doordrongen worden dat de weg met Christus niet romantisch is, maar dat je daarop beproefd wordt, te maken krijgt met verzoekingen. Belijdenis en doop zijn geen eindpunt waarna geloofszeker-heid gegarandeerd is.

N.a.v. Jesaja 51: 8

Moeder was godvruchtig Heer,
zoals we dat toen zo zeiden,
ik leef hier en nu
heel andere tijden.

Ik beleef een neergang Heer,
van kerk, geloof, van beiden,
“God is dood”, nu wij nog,
wie zal ons bevrijden?

enkele gedachten bij Lucas 16: 19 – 31

In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus heeft die rijke man een zeer feestelijk leven – het is één grote party - terwijl die bedelaar een diep ongelukkig bestaan leidt. Maar de rijke man, die ongetwijfeld alom bekend was, blijft anoniem, naamloos, terwijl de bedelaar een naam krijgt. Dat zegt iets over hoe Jezus kiest en over hoe Gods Koninkrijk eruit ziet. Eersten worden laatsten en omgekeerd. Een naam dragen, betekent dat je geschiedenis kunt maken en toekomst kunt hebben. De naam van die deerniswekkende bedelaar is Lazarus, in het Hebreeuws ‘Eleazar’. Dat betekent ‘God helpt’. Hoe helpt God? Als het goed is in ieder geval door mensen. De rijke man zou Gods naam ‘Ik zal er voor je zijn’ handen en voeten kunnen geven. Dat doet hij niet. Hij zíet Lazarus niet, als die iedere morgen voor zijn poort wordt gedumpt.

Het Koninkrijk van God is gerechtigheid, vrede en vreugde, door de Heilige Geest. Kom, Heer, en open in ons de poort van uw Koninkrijk. (Lied uit Taizé, naar Romeinen 14:17)

Zoek eerst het Koninkrijk…..

Deze woorden wil ik graag boven het nieuwe jaar zetten.

Het moderne leven is veeleisend. Voor de jongere generaties is ‘multitas-king’ een sleutelwoord geworden. Op de computer draaien vele program-ma’s tegelijk, terwijl je op je mobiel ook nog het nodige bij te werken en te communiceren hebt. Ipods met oordoppen in de oren. Soms denk je: zíen we elkaar nog wel? Nemen we nog wel tijd om ons te bezinnen op wat er werkelijk toe doet?