Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

De Psalm waarmee Jezus sterft en het geheim van de witte regel

"Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?" (Psalm 22:2)
"Gij hebt Mij geantwoord!" (Psalm 22:22)

 

Volgens Marcus en Mattheüs heeft Jezus aan het kruis Psalm 22 als gebed gezegd.
Lucas geeft een ander kruiswoord. Zo’n rauwe noodkreet uit de mond van de stervende Zoon van God zou voor zijn lezers zonder joodse achtergrond onbegrijpelijk zijn. Bij hem sterft Jezus met het joodse avondgebed Psalm 31: ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest.’
Bij Johannes is Jezus’ laatste woord een majesteitelijk ‘Het is volbracht’.
De kruisiging is Jezus’ verhoging, het kruis is zijn troon. Zijn zelfovergave is overwinning op de dood.
Maar bij Marcus en Mattheüs zijn Jezus’ laatste woorden dus genomen uit Psalm 22.

De eerste helft van deze psalm is een klaaglied, een lied van Goede Vrijdag.
De tweede helft is een danklied, een lied van Pasen.
Eerst wordt er geroepen vanuit de diepte.
Een eenzaam mens die zich totaal ontwricht voelt, opgejaagd, gepijnigd, belegerd door booswichten, stieren, buffels, honden, leeuwen. Eén grote nachtmerrie.
We weten niet welk verhaal daarachter ligt, maar juist zo zijn die woorden voor mensen in nood universeel herkenbaar.
Vanuit die diepte, de eenzaamheid, roept een mens tot God: "Waarom hebt Gij mij verlaten?"

Maar in vers 22 wordt het verhaal opeens heel anders.
De noodkreet slaat om in een juichkreet, de klager wordt een evangelist.
“Ik zal uw NAAM bekendmaken, U loven in de kring van mijn volk.’ (NBV)

Wonderlijk, dat na elkaar in één lied. Hoe kan dat?
Er ligt een witte regel tussen, die helaas zo niet is afgedrukt in onze vertalingen.
Wat er in die witte regel precies gebeurd blijft een raadsel.
Het is een geheim van God, dat Hij vult met zijn Naam: ‘Ik zal er zijn’.

Tallozen vóór en na Jezus hebben met de woorden van Psalm 22 op de deur van de hemel gebonsd. In gevangeniscellen en ziekenkamers, op het sterfbed of wellicht in de huiskamer of in de keuken.
Er kunnen dingen met je gebeuren, die je bestaan ontwrichten.
Ervaringen van diepe eenzaamheid.
Waar is God?
‘Ver van mij. Ik roep en Hij antwoordt niet.’

Wat je dan kunt doen is God duivelse trekken toeschrijven.
Je kunt ook, zoals Job door zijn vrouw werd aangeraden, God vaarwel zeggen.
Dan wordt de lijn verbroken. Velen doen dat.
Er kan dan niets meer verwacht worden.
Twee manieren om de spanning tussen geloof en ervaring weg te werken.
Job, die deze psalm geschreven zou kunnen hebben, deed dat niet.
Vasthouden aan God betekende voor hem: worstelen met God.
Iemand als Luther zou dat veel later ‘aanvechting’ noemen.
De lijn blijft open: ‘Ik weet, mijn Verlosser leeft!’
Liever het volhouden in de spanning dan aankomen met goedkope en daarom valse oplossingen of wegglijden in ongeloof.

Ook Psalm 22 leert ons dat het beter is in geloof overeind te blijven.
Intussen kunnen we ons, met de Joodse Bijbelgeleerde Pinchas Lapide, afvragen of Jezus gebeden heeft "waarom"?
Met de synagoge zei Jezus de Psalm in het Hebreeuws.
In plaats van ‘waarom’ kun je volgens Lapide beter lezen ‘waartoe’!
‘Waarom?’ is een verwijt, een aanklacht die naar schuld zoekt.
Het getuigt van ondermijnd vertrouwen.
"Waartoe", dat geeft uiting aan een uiteindelijk vertrouwen, aan geloof "en toch", door crisis heen.
Ook al twijfel ik, ook al kan ik niet overzien, waar het goed voor is, ik houd vast aan God.
Ergens moet een antwoord zijn - bij Hem.
De God die ver is, is toch mijn God.
Dat antwoord is Hij uiteindelijk Zélf.
In Psalm 22 heet Hij: De Heilige, die troont op de lofzangen van Israël.
De God op wie de vaderen vertrouwd hebben en daarin kwamen ze niet bedrogen uit.
De God die mij in de moederschoot gelegd heeft.
Zeg maar: de God over Wie mijn ouders en de kerk mij van kindsbeen af verteld hebben.
Ja, toch, ondanks alles is en blijft Hij mijn God.
En daarom: waartoe? Als de vraag zó gesteld wordt houd je eraan vast, dat God aan jou blijft vasthouden, dat Hij raad met je weet, ook al weet jij geen raad.

In dat vertrouwen gaat Jezus ons voor.
Het was Goede Vrijdag.
Er kwam antwoord. Het werd Pasen.
Dat is het geheim van die witte regel.

Het antwoord aan Jezus is het antwoord aan ons. Met een kleine variatie op de woorden van het oude Avondmaalsformulier: "Aan het kruishout heeft Hij zichzelf naar lichaam en ziel vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel, toen Hij riep met luide stem "Mijn God, mijn God, waartoe hebt Gij mij verlaten?", opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden." Dáártoe!

ds. G. v.d. Dool