Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

Op 25 november stonden we stil bij onze gestorvenen van het afgelopen kerkelijk jaar. De nabestaanden ontvingen een uitnodiging voor deze dienst. Het is voor velen een moeilijke periode, omdat zij (weer) erbij bepaald worden dat hun geliefde er niet meer is.
Enkele jaren geleden lazen we in een gedachtenisdienst een tekst van Paulus uit zijn eerste brief aan de gemeente in Thessalonica, hoofdstuk 4. Hij gaat daar in op bezorgde vragen uit de gemeente over - kort gezegd - hoe het nu zit met hun gelovige doden. Samen met hen zullen we mogen delen in de toekomst van Christus, zegt Paulus, die deze passage dan zo afsluit: ‘Troost elkaar met deze woorden.’ Aldus de Nieuwe Bijbelvertaling. In de vertaling van 1951 lezen we ‘Vermaan elkaar met deze woorden. Strikt genomen is het allebei goed. Het vertaalde Griekse woord betekent letterlijk ‘erbij roepen’, ‘oproepen’. Raak je de weg kwijt, dan heb je vermaning nodig. Dreig je te verdwalen in verdriet, dan heb je troost nodig. Het zijn ook de twee kanten van het ene Evangelie. Op zijn Engels gezegd: comfort en challenge. Zonder troost wordt vermaning al gauw moralistisch en hard. De opgeheven wijsvinger. Maar zonder vermaning kan troost vrijblijvend worden en soft.
In beide betekenissen word je weer teruggehaald naar het leven.

De Heidelbergse Catechismus, zondag 1 (nog steeds de moeite waard om je eigen te maken!), begint met de vraag ‘Wat is uw enige troost, beide in leven en in sterven?’ Blijkbaar is het toch niet vermaning maar troost wat wij in de eerste plaats nodig hebben. Daarin ligt de kern van het Evangelie. In het antwoord wordt die troost zo ingevuld dat ik mag horen bij Jezus Christus die zijn leven voor mij gaf en die mij door zijn Geest in staat stelt Hem te volgen en zo naar Gods wil te leven. Dit wetende mag ik vertrouwen dat de kwade machten van deze wereld mij niet in hun greep kunnen krijgen.
Wat is troosten? In de oktober verscheen een prachtig themanummer van het Ouderlingenblad over pastoraat rond levenseinde en dood.
Bij de grenzen van het leven kunnen we verlegenheid voelen, machteloosheid, schrik. We zoeken naar woorden die helpen, die troosten. Het is goed dat we ons dan realiseren dat wij een ander niet van zijn of haar leed kunnen afhelpen. Dat verlangen spreekt nog wel eens uit opmerkingen als ‘Gelukkig kunnen jullie nog meer kinderen krijgen’ of ‘Je moet maar zó denken……’ Je voelt intens met de ander méé en zou zo graag iets willen dóen. Met onze woorden zoeken we dan naar wegen om onszelf van ons gevoel van machteloosheid te verlossen. Troosten doe je dan niet, denk ik.

Wat ís troost, echte troost? Henk Veldkamp citeert een psycholoog: ‘Troost is niet het wegnemen van verdriet, maar het aanbrengen van een bedding waardoor het verdriet kan stromen.’ Hij gaat verder: ‘Andermans’ verdriet minder maken: hoe graag je ’t ook zou willen, je kunt het niet. Probeer het dus ook niet, want het werkt averechts. En in elk geval is het geen troost. Want troost is juist het mogelijk maken van verdriet (cursief van mij, G. v.d. Dool). Troost als bedding voor verdriet, niet als het opwerpen van een dam ertegen.

Ik vond deze zinnen zo waardevol, dat ik ze graag wil doorgeven. Op deze wijze wil het Evangelie van Christus’ sterven en opstanding en van zijn Toekomst ons een stevige bedding bieden. Verdriet wordt niet weggemasseerd, maar krijgt het volle gewicht. Langs die weg worden we weer teruggehaald naar het l(L)even.
‘Troost elkaar met deze woorden.’
Wellicht zwerft er nog een exemplaar van genoemd blad in de Oranjekerk rond, zodat u het ook kunt lezen. Vraag er anders een van onze ouderlingen naar.

Ds. Gerrit van den Dool