Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk (Openbaring 1:18)

In het laatste bijbelboek verschijnt Jezus aan Johannes. De titel van het boek luidt “Openbaring” (onthulling) van Jezus Christus, die God gaf om aan zijn dienaars te tonen welke dingen spoedig geschieden moeten.

Het boek tekent in telkens nieuwe beelden het wereldgebeuren, met al zijn verschrikkingen. Het is een troostboek voor de gemeente in verdrukking. Beslissend is - en daarin ligt de troost - dat in het gebeuren Christus zich onthult. Hij, het Lam, is waardig de boekrol van Gods plan met de wereld te ontvangen. Het is bij Hem in goede handen.

Onthulling (‘apocalyps’) veronderstelt verborgenheid. In onze beleving is Christus verborgen, Hij gaat schuil achter wat allemaal op ons af komt in deze wereld. Voor Johannes onthult Christus zich in een visioen. Visioenen hebben we nodig. In het boek Spreuken staat dat een volk zonder visioenen te gronde gaat. Zonder visioen geen visie. Dit geldt niet minder voor het volk van de kerk vandaag.

Johannes hoort eerst een stem. Aan zien gaat horen vooraf. Johannes moet zich dan ‘omkeren’ om te zien wie met hem spreekt. Dat woord voor ‘omkeren’ wordt in de Bijbel ook gebruikt voor ‘bekering’. Er is omkeer nodig om zicht op Christus te krijgen.

‘Vrees niet’, zegt Christus dan, ‘Ik ben de eerste en de laatste en de leven-de, Ik was dood en zie, Ik ben levend tot in de eeuwen der eeuwen en Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk’.

In deze woorden manifesteert Hij zich als overwinnaar op de dood.

Als sleutelhouder draagt Hij de volmacht van de Eeuwige, die Heer is over leven en dood.

Ik vind dat een geweldig beeld. Vanouds dacht men vooral aan zijn neder-daling in het dodenrijk, na zijn sterven, zoals dat ook in de Geloofsbelijdenis is verwoord. Men putte er hoop uit voor gestorven geliefden en kon er ook plastisch over spreken. Christus opent de poorten van de dood en bevrijdt de daar gevangen zielen. Uit pure paniek vluchten de duivelen alle kanten op.

Nu kan men met sleutels een deur niet alleen openen, maar ook sluiten.

Christus roept, met de weg die Hij gaat, de dood een halt toe.

Ook in dit licht is ons woord uit Openbaring misschien wel een van de mooiste paasteksten in de Bijbel.

Pasen wil zeggen dat de weg van Jezus niet een dood- maar een door-lopende weg is.

De dood waart overal rond, in vele gedaanten.

Maar Christus overwint die dood, zet hem achter slot en grendel, door de Vader en ons mensen lief te hebben en in alles de liefde te bewaren.

Hem volgen is kiezen voor het leven.

Wie liefheeft achter Hem aan – de dood krijgt geen vat meer op hem.

“Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood.” (1 Johannes 3:14)

Hoe krijgen we daar zicht op – zoals Johannes in dat visioen Christus mocht ’zien’ als de Opgestane?

Door te blijven luisteren naar het evangelie.

Daarin ‘verschijnt’ Christus aan ons, allereerst door ons aan te spreken.

Net als Johannes en net als Maria bij het open graf, moeten we ons naar zijn stem toekeren om weer zicht op Hem te krijgen.

Dat wil Pasen ons opnieuw leren.

Ds. G. van den Dool