Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

Het Koninkrijk van God is gerechtigheid, vrede en vreugde, door de Heilige Geest. Kom, Heer, en open in ons de poort van uw Koninkrijk. (Lied uit Taizé, naar Romeinen 14:17)

Zoek eerst het Koninkrijk…..

Deze woorden wil ik graag boven het nieuwe jaar zetten.

Het moderne leven is veeleisend. Voor de jongere generaties is ‘multitas-king’ een sleutelwoord geworden. Op de computer draaien vele program-ma’s tegelijk, terwijl je op je mobiel ook nog het nodige bij te werken en te communiceren hebt. Ipods met oordoppen in de oren. Soms denk je: zíen we elkaar nog wel? Nemen we nog wel tijd om ons te bezinnen op wat er werkelijk toe doet?

Alles moet sneller, de preken moeten korter, en het gaat vooral om het snel hebben van ervaringen, die ons ‘raken’. Voelen is daarbij dikwijls belang-rijker dan denken of je bezinnen. Is er nog tijd en innerlijke ruimte om de dingen te wégen? En hebben we nog ruimte voor het Woord van God om het te laten lánden, zoals Maria, die de woorden van de engel en van de herders ‘overwoog’ en ‘bewaarde in haar hart’?

Er is zoveel waar we ons druk om maken. Het leven kan veel van ons eisen. Er kan van alle kanten aan ons getrokken worden. De zorgen kunnen groot zijn en ons verstikken.

Temidden van al dat ‘multi’, al die veelheid, laat Jezus Gods licht schijnen, als Hij zegt: Zoek eerst het Koninkrijk.

Het eerste lied in de eerste Taizé-viering in onze kerk was ‘The Kingdom of God’: Het Koninkrijk van God is gerechtigheid en vrede en vreugde, door de Heilige Geest. Geen betere ‘binnenkomer’ was denkbaar! Dat wil Jezus met ons: dat we het Koninkrijk zoeken – en vinden! Gods Koningschap over het leven. Daarin eren we God en komen we als mensen tot ons recht. Daarin vinden we ons geluk: vreugde.

Mattheüs spreekt van het Koninkrijk der Hemelen. Dat betekent niet dat je het pas in de hemel vindt. Maar eerder dat de hemel zichtbaar wordt op aarde. Het komt van God. Maar het gebeurt in en door mensen. In het Onze Vader leert Jezus ons erom bidden. En dat het niet ver van ons bed wil zijn, maakt Jezus duidelijk als hij zegt: dat Koninkrijk is nabij, binnen handbereik. In die verwachting mogen we in het komende jaar mens zijn en ons christen-zijn invulling geven. In aansluiting op het jaarthema: geloven is …. Gods Koninkrijk zoeken.

Maar hoe gaat dat in zijn werk?

Daarover zegt het Evangelie een paar belangrijke dingen.

Je kunt het Koninkrijk binnengaan. Dat doe je door God koning te laten zijn over je eigen leven. Door zijn wil te doen en zijn naam te heiligen.

Dat gebeurt in het gebed, in het doen van barmhartigheid, in daden van liefde en rechtvaardigheid. Je kunt er dus direct mee beginnen. Jezus gaat ons voor op die weg. Zo is Hij onze Koning.

Hij zegt dat het zaak is dat je een leerling van dat Koninkrijk wordt.

Dat vraagt dus om een geduldige, aandachtige, opmerkzame houding.

Jezus heeft nooit privé-leerlingen. Hij verzamelt altijd een gemeenschap om zich heen. Daar wordt het allemaal in geoefend.

‘Godsdienstoefening’ is nog niet zo’n gek woord. Jezus leert ons in de gemeenschap rondom Hem ‘broer’ en ‘zus’ tegen elkaar te zeggen en zo met elkaar om te gaan. Mensen die elkaar niet hebben uitgekozen, maar elkaar gegeven zijn. Christus is nooit los van de ‘gemeente’ - in welke vorm dan ook - ‘leverbaar’.

Het Koninkrijk is bestemd voor de wereld. Ik kan het ook omgekeerd zeggen: de wereld is bedoeld om Gods Koninkrijk te worden. Paulus zegt in de brief aan de Efeziërs dat God ‘alles in alles’ zal zijn. Daarom is de gemeenschap rondom Jezus, de kerk, niet alleen maar gericht op zichzelf, maar altijd ook op de buitenwereld.

Zoals Israël er is voor de volken, zo is de gemeente er voor de wereld.

Als bij Jezus’ geboorte de naam ‘Immanuël’ klinkt – ‘met ons is God’- dan horen we Hem aan het slot van het Mattheüs-evangelie, op de berg, zeggen: ‘Mij is gegeven alle gezag in hemel en op aarde. Ga dan heen en maak alle volken tot mijn leerlingen’. Zijn onderwijs - de spelregels van het Koninkrijk - maakt het mogelijk dat de aarde een plaats van verzoening en vrede wordt.

Het Koninkrijk komt er niet vanzelf. Het moet ons gegeven worden.

Dat betekent dat we erom moeten bidden.

Daarom geeft Jezus zijn gemeente het Onze Vader.

Het Taizé - lied noemt in aansluiting bij Paulus drie kernwoorden bij het Koninkrijk. Allereerst gerechtigheid. Dat is: de goede verhouding met God en met elkaar. Verbonden met Jezus mogen we daaruit leven. Hij zet ons in die goede verhouding door voor ons zijn leven te geven.

Verder: vrede, sjaloom.

Dat betekent: dat alles goed is, heelheid. Oude wonden zijn genezen, scheve verhoudingen zijn rechtgetrokken, breuken zijn geheeld. In ons bestel gaat die vrede alle verstand te boven. We hebben een vrede nodig, die we ons zelf niet kunnen geven, zo leerden we in Ahoy bidden. Maar die er in Christus wel is en die wij mogen ontvangen.

Tenslotte: vreugde.

Daarover vertelt Jezus in de gelijkenissen van die man die een schat in de akker gevonden had en van die koopman die alles verkocht om die éne bijzondere parel te bemachtigen (Matth.) De vreugde was er bij de wijzen uit het Oosten toen ze in het kind van Bethlehem de Messias van Israël vonden. Die vreugde zag ik alom in onze stad, en ook in onze kerk. Blije gezichten, mensen die het goed met elkaar hadden, omdat ze in Woord en Gebed samen putten uit de bron van Christus. Dan vind je het Koninkrijk – of liever: het vindt jou. Dat is vreugde.

Dan is er nog een vierde woord: door de Heilige Geest. Dat is Gods invloed, zijn scheppende kracht van alzo hoge. Door de Geest wordt het allemaal mogelijk. We zien hem niet, net zomin als je de wind ziet. Maar Hij doet zijn werk.

Heel treffend zegt Huub Oosterhuis daarover in gezang 247:

De Geest van God bezielt

wie koud zijn en versteend

herbouwt wat is vernield

maakt één wat is verdeeld.

 

Wij zijn in Hem gedoopt

Hij zalft ons met zijn vuur.

Hij is een bron van hoop

in alle dorst en duur.

Wie weet vanwaar Hij komt

wie wordt zijn licht gewaar?

Hij opent ons de mond

en schenkt ons aan elkaar.

 

Om die Geest moeten we bidden.Het is zaak Hem niet te doven (1 Thess 5:19).

In het komende jaar mogen we erop vertrouwen dat Hij ons zal leiden.