Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

enkele gedachten bij Lucas 16: 19 – 31

In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus heeft die rijke man een zeer feestelijk leven – het is één grote party - terwijl die bedelaar een diep ongelukkig bestaan leidt. Maar de rijke man, die ongetwijfeld alom bekend was, blijft anoniem, naamloos, terwijl de bedelaar een naam krijgt. Dat zegt iets over hoe Jezus kiest en over hoe Gods Koninkrijk eruit ziet. Eersten worden laatsten en omgekeerd. Een naam dragen, betekent dat je geschiedenis kunt maken en toekomst kunt hebben. De naam van die deerniswekkende bedelaar is Lazarus, in het Hebreeuws ‘Eleazar’. Dat betekent ‘God helpt’. Hoe helpt God? Als het goed is in ieder geval door mensen. De rijke man zou Gods naam ‘Ik zal er voor je zijn’ handen en voeten kunnen geven. Dat doet hij niet. Hij zíet Lazarus niet, als die iedere morgen voor zijn poort wordt gedumpt.

Lazarus – in welke gestalte hij zich ook aandient, ook bij ons! Hoeveel mensen worden er vandaag niet ‘gedumpt’? – betekent een appèl om de belijdenis ‘God helpt’ niet tot een loze kreet te doen verdampen.

Maar de naam van de bedelaar heeft ook nog een andere dimensie. De arme, de mens die niet heeft – en in hem: de gekruisigde Christus Zelf! – helpt óns: om mens te worden. Jezus zegt: in zover je één van al die kleinen (de naakte, de hongerige, de dorstige, de gevangene, de mens die aangewezen is op jou) gediend en geholpen hebt, heb je dat aan Mij gedaan.

Het is al een oude joodse gedachte: de Messias verschijnt als bedelaar.

Zo verlost Hij de wereld.