Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

Ook jullie zullen mijn getuigen zijn…… (Johannes 15:26).  
Een getuige is in een rechtszaak van levensbelang. Letterlijk. Daarom zeggen de Tien Woorden ook dat vals getuigen niet aan de orde mag zijn.  
Na Jezus’ opstanding is het evenzeer van levensbelang dat er van Hem wordt getuigd en ook dat dat betrouwbaar en overtuigend gebeurt.  
Tegelijk kunnen we het gevoel hebben dat ‘getuigen’ voor ons een veel te groot woord is. We kunnen ons zo klein voelen als gelovigen, zo weinig weerbaar ook.  
Met het oog daarop belooft Jezus ons de Geest. In het evangelie naar Johannes heet Hij ‘Trooster’, of, in de vertaling van Marie van der Zeyde, ‘Helper’. Jezus zegt: HIJ zal getuigen. En OOK jullie zullen getuigen.  
Dat getuigen begint niet bij ons. Het begint bij de Geest van God.  
Die schept telkens weer onvermoede openingen.  Door Hem God getuigt Zelf.  Hij zet zijn ZAAK, zijn Koninkrijk, Zelf door.  
Wat ons betreft zijn twee dingen van belang: - dat we MET JEZUS zijn. Op gehoorsafstand van Hem blijven. Laten gelden wat Hij zegt en doet. ‘Ook jullie zullen van Mij getuigen omdat jullie vanaf het begin met Mij zijn’. En Hij zal ons te binnen brengen wat Hij gezegd heeft, zodat die woorden telkens weer actueel blijken. (Johannes 14:26). - dat we niet verzwijgen dat we bij Hem (willen) horen.  
Getuigen van Jezus heeft in ieder geval te maken met liefhebben. ‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen kunnen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’, zegt Jezus in zijn afscheidswoorden (Johannes 13:35, NBV).  
Het gaat om meer dan woorden alleen. Er zijn situaties waarin je beter getuige kunt zijn door bijvoorbeeld belangstelling te tonen of voor iemand op te komen, dan zeg maar te gaan preken.  
Toch zijn en blijven goede Woorden van levensbelang. De Geest werkt daarom ook nooit zonder vorming en toerusting.  
Maar Hij - die Trooster, de Helper - is dus de eerste en eigenlijke Getuige. Hij getuigt op vele manieren. Hij doet oude woorden overwaaien zodat ze onvermoed weer gaan landen in onze ziel. Hij getuigt met onze geest dat we kinderen van God zijn (Romeinen 8:16). Hij maakt dat je soms iets zo kunt zeggen dat een ander, terwijl je het zelf al lang vergeten was, na jaren zegt: dat heeft me toen zo goed gedaan….  
Wij OOK, maar de Geest eerst. Ik vind dat een hele troost.

Ds Gerrit van den Dool