Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

Ik ben de opstanding en het leven…..    (Johannes 11:25) 

Deze woorden spreekt Jezus uit bij Bethanië. Dat betekent ‘huis van de arme’, of ‘huis van ellende’. Daar wekt Hij Lazarus uit zijn graf. Hij is de broer van Martha en Maria, de twee zusters uit de kring van Jezus’ volgelingen over wie Lucas vertelt in zijn evangelie.

De naam Lazarus - ‘Eleazar’- betekent ‘God helpt’. Kent Johannes hem uit de gelijkenis bij Lucas, waar hij als de arme met zijn zweren aan de deur van de (naamloze!) rijke man het onrecht van deze wereld uitbeeldt? Hoe dan ook, in beide verhalen krijgt die naam een eigen lading en wordt hij opnieuw in het leven gezet. In de gelijkenis in Abraham’s schoot. In Johannes 11 wordt Hij door Jezus uit zijn graf geroepen. Dit is bij Johannes het zevende en laatste wonderteken.  Het woord ‘teken’ maakt al duidelijk: het gaat niet om een reanimatiestunt. Bij ieder teken wil Jezus openbaren wie Hij Zelf voor ons wil zijn. Als Hij brood geeft aan de menigte zegt Hij: Ik ben het Brood des levens, dat uit de hemel is neergedaald. Als Hij een blinde geneest zegt Hij: Ik ben het licht van de wereld. En bij dit zevende teken onthult Jezus zich als de Opstanding en het Leven.  Dit verhaal staat midden in het evangelie en vormt het hoogtepunt van het eerste deel. Alles stuwt toe naar dit teken. Alles wat Jezus zegt, doet en is betekent niets anders dan: overwinning van het leven op de dood. Opstanding is Gods antwoord op kwaad en zonde in deze wereld. Jezus had tegen Martha gezegd: Lazarus zal opstaan. Martha had toen gezegd: jazeker, Heer, dat weet ik, eenmaal, op de jongste dag. Maar toen had Jezus dus gezegd: ‘Ik ben……….’ Ja en dan kun je aan niets anders denken dan aan de openbaring van de Godsnaam bij de brandende braambos, aan Mozes. ‘Ik ben zoals Ik er zijn zal…’ ‘Zeg maar: ‘Ik zal er zijn’ heeft mij tot jullie gezonden…. In zijn concrete persoon openbaart Jezus wie God voor ons wil zijn. De opwekking van Lazarus is daarvan de ultieme illustratie.  
 
Dit zevende teken is ook opmaat voor de tweede helft van het Johannesevangelie. Jezus wekt geloof maar ook ongeloof en verzet. Daarmee gaat het Kruis zich aftekenen. Het teken van Lazarus’ opwekking wordt opgericht in een wereld, die maar doordraait met al zijn kwaad en ellende en waarover dat Kruis nog steeds zijn slagschaduw werpt.  Lazarus zal dat zelf ook moeten aanzien en ook opnieuw weer moeten sterven. Toch is zijn opwekking een - zij het voorlopig - teken van Liefde die alle dood overwint. In verschillende bewoordingen klinkt dat woord ‘liefhebben’: Lazarus, wie Jezus liefhad. Martha en Maria, die Jezus liefhad…. Liefde wil de ander in het leven behouden en heeft altijd iets dat zegt: ‘ik wil niet dat je doodgaat’. In de liefde leven we tegen de dood en de dood voorbij.. ‘Hieraan weten we dat we zijn overgegaan van de dood naar het leven, dat we onze broers (en zusters) liefhebben’, schrijft Johannes in zijn eerste brief. Door lief te hebben delen we in de werkelijkheid van God, die de liefde Zelf is. Met die liefde geeft Jezus zichzelf voor de wereld, voor ons. Deze liefde maakt het Kruis tot een troon, van waar af Hij de wereld regeert.  
De opwekking van Lazarus is daarvan het teken.  Lazarus uit Bethanië – huis van de arme, huis van ellende. Maar, zo vertelt de evangelist, Bethanië is ook de plaats waar gedoopt werd, door Johannes de Doper.  Wat is ‘doop’ anders dan dat je opnieuw in het leven wordt gezet? Dat gebeurt met Lazarus. Johannes schrijft daarover heel sober.  Het is de stem van Jezus die hem uit zijn graf roept. Hij moet letterlijk worden ‘ontwikkeld’, uit de (graf)doeken gedaan, moet zelf weer nieuw leren zien en zich bewegen. Dat is precies ook wat gebeurt als Jezus voor ons de ‘opstanding en het leven’ wordt. Dan wordt het ook in ons leven Pasen.

ds. G. van den Dool