Diensten/Vieringen  

   

Activiteiten  

   

enkele meditatieve opmerkingen bij het jaarthema

In zijn Bergrede (Mattheüs 5 t/m 7) geeft Jezus ons het Onze Vader. Dit gebed maakt deel uit van het onderwijs dat Hij ‘op de Berg’ geeft aan zijn leerlingen. Aan de ene kant legt Jezus de nadruk op het persoonlijke in de omgang met God. Als je bidt moet je er niet een publieke show van maken, zoals sommige notoire vromen geneigd zijn te doen. Daarmee kun je publieke waardering oogsten, zegt Hij:- ‘zij hebben hun loon reeds’ (Matth. 6:5) - maar God kan er niets mee. Daartegenover roept Jezus ons op om niet door de mensen gezien te willen worden, maar God in het verborgene te zoeken, ‘in de binnenkamer’. 

Nu vind ik het zo verrassend dat Jezus ons het Onze Vader geeft als model voor persoonlijk gebed (de binnenkamer). Maar dat Hij ons daarin laat zeggen: onze Vader… ons dagelijks brood….vergeef ons…..leid ons niet in verzoeking…... Juist waar wij als individu God zoeken, leert Hij ons telkens  weer zeggen: wij, ons. Zelfs in de meest ‘persoonlijke relatie met God’ maak ik deel uit van een gemeenschap. Die neem ik mee als ik bij God kom: de mensen om me heen, de gemeente, de samenleving, de wereld.

God is nooit een privé-God. Ten overstaan van Hem ben ik nooit alleen maar een individu, maar altijd broer, zus, medemens van en voor anderen. Zo ontsluit het Onze Vader telkens weer de wereld voor ons als Gods wereld. Als dat waar is, zijn we nooit zonder hoop, want nooit zonder belofte. We mogen vertrouwen dat God ons in het verborgene ziet en op zijn manier ons wel zal laten merken dat bidden ‘loont’. Wel blijft het zaak dat we ons in ons leven daarvoor open stellen. Ik zie op naar God, in het vertrouwen dat Hij naar ons zal omzien. ‘Onze Vader’ zeggen wordt zo: bidden met open ogen!

Ds. Gerrit van den Dool